Oude verkavelingsplannen blijven bindend

Gregory Verhelst

Gregory Verhelst

Gregory Verhelst is advocaat sedert 2005. Hij studeerde rechten en filosofie aan de KU Leuven. Gregory wordt algemeen erkend als specialist administratief recht en omgevingsrecht. Hij heeft in de loop der jaren een ruime ervaring opgebouwd in de begeleiding van cliënten in het kader van vergunningsaanvragen, administratieve bezwaar- en beroepsprocedures, gerechtelijke procedures en onderhandelingen met de overheid.

De voorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar vormen sinds de inwerkingtreding van de Codextrein van 8 december 2017 geen grond meer tot weigering van een omgevingsvergunning. Een belangrijke vraag bij deze wettelijke regeling was of de versoepeling ook gold voor de kavelcontouren vastgelegd op het verkavelingsplan. De klassieke kavelstructuur die in oude verkavelingsplannen vastgelegd werd, staat immers dikwijls haaks op een modernere invulling van de loten (bv. met gegroepeerde of gestapelde woningen en een gemeenschappelijk woonerf).

De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde in een arrest van 26 mei 2020 (nr. A-1920-0866) dat de kavelstructuur van ‘oude’ verkavelingsvergunningen bindend blijft.

3.1
Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het aanvraagperceel is gelegen binnen een verkavelingsvergunning van 17 februari 1964. De aanvraag voorziet de sloop van een bestaande woning en de oprichting van twee halfopen gebouwen (met telkens 18 studentenkamers) met als huisnummers ‘79A’ en ‘79B’.
3.2
Het wordt niet betwist dat de aanvraag van de tussenkomende partij niet in overeenstemming is met de verkavelingsvoorschriften van de verkaveling van 17 februari 1964.
In de bestreden beslissing wijst de verwerende partij erop dat dit niet hoeft te leiden tot de weigering van de vergunning, gelet op artikel 4.3.1, §1, eerste lid, c) VCRO zoals ingevoerd met artikel 58 decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving. Volgens deze bepaling is de strijdigheid van een aanvraag met verkavelingsvoorschriften van een verkaveling, die ouder is dan 15 jaar, geen weigeringsgrond, in zoverre deze geen betrekking hebben op openbaar groen of openbare wegenis. Hieruit volgt dat het vergunningverlenend bestuursorgaan in principe in zijn geheel abstractie moet maken van zowel de tekstuele voorschriften als de grafische voorschriften.
3.3
Voormelde bepaling voorziet evenwel verder niet in de mogelijkheid om voorbij te gaan aan de kavelindeling uit het verkavelingsplan.
De nieuwe bebouwing strekt zich uit over drie loten (40, 41 en 42) van de verkaveling van 17 februari 1964 en volgt dus niet de kavelindeling van deze verkavelingsvergunning.
De verzoekende partij stelt dan ook terecht dat de bestreden beslissing diende voorafgegaan te worden door een verkavelingswijziging.
Het argument van de verwerende en tussenkomende partij dat geen verkavelingsvergunningsplicht geldt voor de samenvoeging van loten, doet hieraan geen afbreuk. Immers wordt niet betwist dat er met de aanvraag van de tussenkomende partij wordt geraakt aan de kavelindeling zoals destijds door de verkavelingsvergunning van 1964 vooropgesteld. In de parlementaire voorbereiding bij artikel 4.3.1, §1, eerste lid, c) VCRO wordt bevestigd dat deze bepaling niet tot gevolg heeft dat de verkavelingen, ouder dan 15 jaar, “verdwijnen” (Parl.St. Vl.Parl. 2016-17, nr. 1149/1, p. 15). De kavelindeling staat alleszins mede garant voor het individuele luik van de vergunning. Dit betekent dat niet over de kavelgrenzen heen kan gebouwd worden zonder de vereiste verkavelingswijziging.
Het feit dat de verzoekende partij in het verleden klaarblijkelijk een stedenbouwkundige vergunning heeft verleend voor de bouw van een woning die evenmin het verkavelingsplan respecteerde, doet aan voormelde beoordeling geen afbreuk, te meer aangezien de bestreden beslissing de sloop van deze woning vooropstelt. Het is bovendien ook niet zeker, aangezien geen van de partijen de stedenbouwkundige vergunning van de te slopen woning voorlegt, dat daar geen samenvoeging van de loten voorzien was.
3.4
Het derde middel is in de aangegeven mate gegrond.

Wie aan de kavelcontouren vastgelegd in het verkavelingsplan wil tornen, moet dus voorafgaand een wijziging van de verkavelingsvergunning aanvragen.

Gregory Verhelst

Gregory Verhelst

Gregory Verhelst is advocaat sedert 2005. Hij studeerde rechten en filosofie aan de KU Leuven. Gregory wordt algemeen erkend als specialist administratief recht en omgevingsrecht. Hij heeft in de loop der jaren een ruime ervaring opgebouwd in de begeleiding van cliënten in het kader van vergunningsaanvragen, administratieve bezwaar- en beroepsprocedures, gerechtelijke procedures en onderhandelingen met de overheid.

Deel dit bericht

Share on linkedin
LinkedIn
Share on twitter
Twitter
Share on facebook
Facebook