Tussenkomst aanvrager bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen

De aanvrager van een vergunning kan tussenkomen in de procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen om zijn belangen te behartigen. Hij neemt die mogelijkheid best te baat.
Gregory Verhelst

Gregory Verhelst

Gregory Verhelst is advocaat sedert 2005. Hij studeerde rechten en filosofie aan de KU Leuven. Gregory wordt algemeen erkend als specialist administratief recht en omgevingsrecht. Hij heeft in de loop der jaren een ruime ervaring opgebouwd in de begeleiding van cliënten in het kader van vergunningsaanvragen, administratieve bezwaar- en beroepsprocedures, gerechtelijke procedures en onderhandelingen met de overheid.

Beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb)

Tegen vergunningen die in laatste administratieve aanleg verleend zijn, kan verder beroep ingesteld worden bij de bevoegde administratieve rechter. Voor stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsvergunningen is (was) dat sedert 1 september 2009 de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Voor milieuvergunningen is (was) dat de Raad van State. Voor omgevingsvergunningen – die vanaf 1 januari 2018 in de plaats komen van de stedenbouwkundige vergunning, de verkavelingsvergunning en de milieuvergunning – zal dat steeds de Raad voor Vergunningsbetwistingen zijn, ongeacht het voorwerp van de vergunning.

Vergunning in laatste administratieve aanleg

Vereist is dat het gaat om een vergunning ‘in laatste administratieve aanleg’, wat inhoudt dat er geen verder administratief beroep bij een hogere overheid meer mogelijk is. Zo kan tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen (bv. een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning of de exploitatie van een bedrijf van de tweede klasse) eerst nog een administratief beroep ingesteld worden bij de deputatie van de provincie. Tegen de (stilzwijgende of uitdrukkelijke) beslissing van de deputatie over het administratief beroep, kan geen administratief beroep meer ingesteld worden. Het is dus een beslissing ‘in laatste administratieve aanleg’, waartegen enkel nog beroep bij de rechter (in dit geval de Raad voor Vergunningsbetwistingen) ingesteld kan worden. Sommige beslissingen worden genomen ‘in enige aanleg’, wat betekent dat er geen enkele administratieve beroepsmogelijkheid bestaat. Dat is bv. het geval voor omgevingsvergunningen voor bepaalde grote Vlaamse projecten, die afgeleverd worden door de Vlaamse regering. Aangezien tegen die beslissingen geen administratief beroep meer kan ingesteld worden, betreft het een beslissing ‘in (enige en meteen ook) laatste administratieve aanleg’, waartegen meteen beroep bij de rechter ingesteld kan worden.

Wie kan het beroep instellen?

De volgende personen kunnen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen beroep instellen tegen een omgevingsvergunning:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het “betrokken publiek”;
3° de leidend ambtenaar van een adviesinstanties, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed.

De meeste beroepen worden ingesteld door personen uit de tweede categorie, nl. “het betrokken publiek”. Het betreft de personen die mogelijk gehinderd kunnen worden door de vergunning, bv. naburige eigenaars of ondernemingen. De wetgeving bevat wel een drempel. Indien de beroepsindiener in het kader van de voorafgaande administratieve procedure had nagelaten om  een voor hem nadelige vergunningsbeslissing aan te vechten door middel van het daartoe openstaande administratief beroep bij de bevoegde overheid, kan hij in principe ook geen beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen meer instellen.

Kennisgeving aan de aanvrager & mogelijkheid tot tussenkomst

Bij het instellen van het beroep wordt normaal een kennisgeving per aangetekend schrijven gericht aan de aanvrager, zodat hij op de hoogte is van het beroep, maar die kennisgeving is niet vereist op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. In elk geval wordt door de griffie van de Raad voor Vergunningsbetwistingen een kennisgeving gericht aan mogelijke belanghebbende partijen, waaronder in de eerste plaats dus de aanvrager van de vergunning, waarbij de mogelijkheid wordt geboden om tussen te komen in de procedure. Die kennisgeving wordt gericht aan de persoon die als aanvrager vermeld staat in de vergunning.

De aanvrager hoeft dus niet lijdzaam toe te kijken, maar kan in de procedure tussenkomen om zijn belangen te behartigen en de argumenten van de beroepsindiener te weerleggen. Hij komt dan tussen in het geding aan de zijde van de overheid die de vergunning verleend heeft, en die automatisch aangeduid wordt als verwerende partij.

De tussenkomst in de procedure gebeurt door een schriftelijk verzoekschrift ‘tot tussenkomst’. Wanneer de aanvrager tussenkomt in een schorsingsprocedure, moet dat verzoekschrift meteen zijn argumenten bevatten, want in de schorsingsprocedure heeft de aanvrager geen andere mogelijkheid meer om nog een geschreven argumentatie over te maken aan de rechter. Hij kan zijn zaak enkel nog bepleiten op de zitting met betrekking tot de vordering tot schorsing. In de vernietigingsprocedure blijft het verzoekschrift tot tussenkomst beperkt tot een uiteenzetting over het belang van de aanvrager (dat normaal als evident moet aangenomen worden). Er volgt daarna een beschikking van de rechter waarbij hij formeel wordt toegelaten tussen te komen in de procedure, en waarbij meteen een termijn wordt gegeven om een schriftelijke uiteenzetting met een weerlegging van het beroep in te dienen. Daarna zal hij, na kennisname van de verweerstukken, ook nog een ‘laatste schriftelijke uiteenzetting’ kunnen indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Daarna wordt de zaak vastgesteld op de zitting van de Raad voor Vergunningsbetwistingen voor de mondelinge behandeling van het beroep.

Uitvoering van de vergunning hangende de procedure

Het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen schorst de vergunning uit zichzelf niet. De vergunning blijft dus uitvoerbaar, en de aanvrager kan – in afwachting van het arrest waarbij het beroep wordt ingewilligd of afgewezen – dus op eigen risico de vergunning uitvoeren, bv. door de bouwwerken reeds aan te vatten. Een verzoeker kan trachten hier een stokje voor te steken door, naast de vernietiging van de vergunning, ook de schorsing te vragen in het kader van een versnelde procedure. Hij moet dan aantonen dat er hoogdringendheid is, omdat hij anders ernstige nadelen zou oplopen door de uitvoering van de vergunning hangende de procedure. In uiterst dringende gevallen (bv. bij een vergunning voor een ontbossing of een vergunning voor snelbouwconstructies) kan zelfs een schorsing bij ‘uiterst dringende noodzakelijkheid’ gevorderd worden, waarbij op termijn van enkele dagen tot weken uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing. Wanneer de schorsing van de vergunning wordt bevolen, moet de aanvrager onmiddellijk stoppen met de uitvoering van de vergunning, tot wanneer de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich heeft uitgesproken over het beroep tot nietigverklaring.

De procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen sleept helaas enige tijd aan. Op dit ogenblik bedraagt de gemiddelde doorlooptijd van een beroep tot nietigverklaring ongeveer 18 maanden.

Voordelen van een tussenkomst in de procedure

Als aanvrager neem je best de mogelijkheid van een tussenkomst in de procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen te baat. Dankzij de tussenkomst in de procedure blijf je op de hoogte over de uitkomst van het beroep. Bovendien kent niemand het dossier en de feitelijke omstandigheden zo goed als de aanvrager van de vergunning zelf. Hij is dus best geplaatst om de argumenten van de beroeper te weerleggen. Bovendien kan je dan ook als aanvrager aanwezig zijn op de zitting waarop het beroep behandeld wordt, en kan je daar zelf – of door tussenkomst van je raadsman – het woord nemen.

Gregory Verhelst

Gregory Verhelst

Gregory Verhelst is advocaat sedert 2005. Hij studeerde rechten en filosofie aan de KU Leuven. Gregory wordt algemeen erkend als specialist administratief recht en omgevingsrecht. Hij heeft in de loop der jaren een ruime ervaring opgebouwd in de begeleiding van cliënten in het kader van vergunningsaanvragen, administratieve bezwaar- en beroepsprocedures, gerechtelijke procedures en onderhandelingen met de overheid.

Deel dit bericht

Share on linkedin
LinkedIn
Share on twitter
Twitter
Share on facebook
Facebook